Grote zorgen VVD over groot grondbezit gemeente Bunschoten

De raad heeft besloten de gronden eiland 4 en 5 Rengerswetering in exploitatie te nemen en daarmee voorkomen dat 11,7 miljoen euro moet worden afgeschreven.

Door nieuwe wetgeving van de commissie BBV mogen de gronden vanaf 1 januari 2016 niet meer als Niet in Exploitatie Genomen Gronden (NIEGG) op de balans worden vermeld. De gemeenteraad kon kiezen tussen een afwaardering van 11,7 miljoen euro of de gronden of deze in exploitatie nemen.

De gemeente Bunschoten heeft een balans met een omvang van 75 miljoen, zo'n 36 miljoen daarvan bestaat uit grond. Dit is bijna 50% van de balans en dit is voor gemeentelijke begrippen gigantisch. Grote grondposities betekent ook grote risico's. Als we er niet voor kiezen de gronden in exploitatie te nemen resulteert dit in een afwaardering van 11,7 miljoen en grote financiële problemen voor onze gemeente.

Het betreft hier een erfenis uit het verleden, er zijn toen veel te optimistisch gronden aangekocht waardoor we nu met een gigantisch overschot zitten. Van de 1600 woningen op rengerswetering zijn er nu circa 270 verkocht. 

De commissie BBV geeft een richttermijn van 10 jaar voor de maximale duur van grondexploitaties. De VVD ziet de 36 miljoen aan grond op onze balans als een zwaard van Damocles boven ons hoofd hanen. Wij vragen ons sterk af of de gronden eiland 4 en 5 binnen 10 jaar bebouwd zullen worden en de grondexploitatie kan worden gesloten. 

De gemeente Bunschoten groeit volgens het recente woningmarktonderzoek van Companen met gemiddeld 100 personen per jaar. Volgens de prognose van het document 'monitoring woningbouw' moeten er alleen al op Rengerswetering nog 1321 van de 1600 woningen worden gebouwd en daar komen de 412 woningen van andere nieuwbouwprojecten nog bovenop. 

Een totaal dus van 1733 woningen voor een geschatte bevolkinsgroei van 1000 voor de komende tien jaar. U kunt wel raden waar dat naar toe gaat, naar de mening van de VVD is het in exploitatie nemen van de gronden uitstel van executie en zal vroeg of laat fors moeten worden afgeboekt op de gemeentelijke grondposities.