Cultuursubsidie

Dat we trots zijn op onze cultuur hoeven we niet automatisch te bevestigen met overheidsgeld.

Ondernemerschap helpt de culturele sector vooruit, in tegenstelling tot subsidies. De eigen inkomsten van instellingen of voorstellingen moeten uiteindelijk zo hoog mogelijk zijn, bij voorkeur de daadwerkelijke marktwaarde. Op die manier kunnen instellingen beter op eigen benen staan, wordt de schaarste eerlijk verdeeld en kan de subsidie effectiever op andere plaatsen ingezet worden. Daar waar de markt zijn werk kan doen, hoort geen subsidie thuis.

Onze uitgangspunten

De VVD vindt de cultuursector belangrijk. In cultuur vinden we een groot deel van onze historie, onze identiteit en onze creativiteit. De VVD draagt zorg voor het behoud van erfgoed, voor cultuureducatie en talentontwikkeling. Zo krijgt de culturele sector een stevige basis waarop zij kan ontwikkelen. Tegelijkertijd denkt de VVD dat de Nederlandse cultuursector sterk genoeg is om meer op eigen benen te staan. In het verleden was het verlenen van subsidies te veel een automatisme. Het zou de cultuursector juist goed doen als er meer gekeken werd naar de mogelijkheden buiten subsidies om. Bijvoorbeeld door als cultureel ondernemer meer naar de eigen inkomsten te gaan kijken. De sector is nog niet klaar. Nu de sector wakker is geschud, mag zij niet weer zomaar in slaap sukkelen. Juist nu is het tijd om echte keuzes te maken. Cultuur is van de samenleving en niet van de overheid. De VVD wil daarom dat de cultuursector minder overheidsafhankelijk is.

Daarom heeft het kabinet de cultuursector hervormd. Door minder subsidie werden instellingen gedwongen naar het publiek te kijken in plaats van naar de overheid als geldverstrekker.